Wat deden we

… in 2021:

Jubileumjaar! In 2021 bestaat het Utrechts Vocaal Ensemble 75 jaar.

Niemand van de huidige zangers heeft de oprichting meegemaakt, we waren nog niet eens geboren, maar dat verhindert ons niet er een feestje van te maken!
Dat feestje gaan we echter pas in 2022 vieren. Want 2021 werd een beetje coronagrijs… Allemaal feestelijke uitvoeringen die niet doorgingen.
Maar zonder optimisme vaart niemand wel, en wij houden ervan om concerten voor te bereiden en uit te voeren. We gingen er ervan uit dat we zo vanaf mei-juni wel degelijk weer konden repeteren – en dat gebeurde. Daarom gaven we in 2021 wél een concert, met herhaling:

zondag 26 september, 14.30 en 16.30, Utrecht, Vocale Odyssee, Tuindorpkerk, Prof. Suringarlaan 1. Toegang 15,-, € 12,- voor jongeren t/m 16 jaar, studenten, CJP- en U-pas-houders.

Een programma met muziek die past bij een periode van afzondering. Zo stuitte dirigent Jeroen Spitteler op een tekst van Rainer Maria Rilke (1875-1926) die moeiteloos van toepassing is op een situatie van afgedwongen rust. ‘Wenn es nun einmal so ganz stille wäre…’. Zijn compositie op deze tekst brengen we tijdens ons concert in première.
Verder klinken delen uit een mis van Claudio Monteverdi uit 1650, waarin de componist speelt en experimenteert, bijvoorbeeld met een soort dansje in driekwartsmaat, gebaseerd op de passacaglia. Iets nieuws toen, de overgang van de polyfonie naar de vroege barok.
Van Heinrich Schütz, een tijdgenoot van Monteverdi, zingen we het Magnificat, een lofzang van Maria.
Van een van de vaste onderdelen van de mis, het Kyrie, zingen we ook de versie van Urmas Sisask, een Estse componist (1960-). Bijzonder is dat hij zijn inspiratie haalde uit ons planetenstelsel. Van Sisask zingen we ook een lofzang, Deo gratias. Beide stukken komen uit een verzameling van 24 hymnes voor gemengd koor. Hoe exotisch zijn manier van werken ook mag klinken, zijn muziek klinkt vertrouwd, mede door de elementen van klassieke westerse muziek die hij verwerkte, en door zijn intentie met deze stukken.
Ergens tussen Monteverdi en Spitteler zit Johannes Brahms. Een andere wereld, met modulaties en spannende harmonieën. Het UVE zingt van hem Waldesnacht en Darthula’s Grabesgesang.
Veel minder bekend dan Monteverdi of Schütz is Lasse Thoresen, van wie we een loflied zingen, geïnspireerd door het Bahaï-geloof: Einige die Herzen deiner Diener uit 1995.
Verder bijna aan het slot een zoet gerechtje: Vären, ‘laatste lente’, van Edvard Grieg, op een gedicht van Aasmund Olavsson Vinje. Over de pracht van de natuur, zoals velen van ons afgelopen tijd noodgedwongen ontdekten.

 

Zie verder 2020, 2019

 

Schuiven naar boven