Bloem der bloemen

Toelichting:

Enige jaren geleden vond ik in een moderne uitgave van het Handschrift ‘Amsterdam’ (Ms Asd) – een verzameling van geestelijke liederen uit de 15e eeuw – de tekst en de melodie van dit lied.
Zowel het bijzondere Middelnederlands als de prachtige melodie spraken onmiddellijk tot mijn verbeelding. Zo ontstond het idee er iets mee te doen. Het gedicht bestaat uit 25 strofen en is ontstaan in de kringen van de Moderne Devotie, een religieuze vernieuwingsbeweging uit de late 14e eeuw. Ook in die beweging speelde de muziek een rol, zij het niet de ingewikkelde polyfonie maar meer het eenvoudige en eenstemmige lied.
Het handschrift en ook de liederen worden in verband gebracht met het Tertiarissenklooster van St. Margaretha, gevestigd aan de Nes te Amsterdam, waar pater Brugman (‘praten als Brugman’) aan verbonden was. Ze zullen daar zeker gezongen zijn.
Ik heb geprobeerd met de keuze van 5 strofen een coherent geheel te vormen. Belangrijk daarin is het beeld van de Annunciatie en de parabel van de vijf wijze en vijf dwaze maagden (Mat.25, 1-12), beide belangrijke beelden gedurende de Advent.
Het Utrechts Vocaal Ensemble heeft een lange traditie en een frisse interesse in nieuwe composities. Daardoor en door de keuze voor een programma rond Maria kwam de verwerkelijking van mijn ideeën in een stroomversnelling. Ik ben zeer blij dat het UVE, een jaar na mijn aanstelling als zijn dirigent, ‘Bloem der bloemen’ in première wil brengen.
Jeroen Spitteler (arrangeur)

Tekst:

(I) (1)
O suver maechdelike staet
Als ghi oetmoedicheit anvaet
Soe si dy bloem der blo<e>men
Veel meere gaef en weet ic niet
Als v van goede dat geschiet
Oec nye en heb vernomen
V staet die is also ghemynt
Dat ihesus tewich vaders kynt
Al dair of is gecomen

(II) (2)
Hi sach marien maechdomheit
Verciert mit groter oetmo<e>dicheit
In haer was syn behagen
Hi gabriel liet haestelic
Haer doen die botscapp gracelic
Dat si hem soude dragen
Hi quam in haer en vantse cleyn
Dat is oetmoedich ende dair to reyn
Van alder sonder plagen

(III) (3)
Nv is dees edel suuer maecht
Die gode dus seer end wel behaecht
Bi hem int ewich leuen
Daer is si wonderlike scoen
End conninghinne vanden troen
Dat heeft haer god gegeuen
Die borgers synt haer onderdaen
Want si is hem te bouen gaen
Op ceraphin verheuen

(IV) (16)
Bereit v daer te syn vernoemt
Wanneer men seyt die brugom coemt
Staet op ende gaet hem tegen
End oec dan bly op moget staen
End mit v lamken tegen gaen
von olykyns vercregen
Die vlam daer in doet bernen scoen
Dat claer mach blencken in den throen
Dair ghy v vruechd selt plegen

(V) (17)
Voert lampken neemt iv reinicheit
Voert oliken oetmoedicheit
Die vlam wilt mynne noemen
Dit syn drie duechden hairde scoen
Die seer wel blencken inden throen
Als si te samen comen
Dees had die edel coninghin
Daer to veel meer dan ic besyn
Maria bloem der bloemen

Hertaling:

O zuiver maagdelijke staat,
Als u zich met nederigheid omkleedt,
Dat bent u de mooiste onder de bloemen.
Nog veel edeler dan ik mij kan voostellen is het
Wanneer u dat van Gods wege gebeurt:
Nooit heb ik zoiets eerder vernomen.
Uw wezen was zo zeer geliefd
Dat Jezus, het eeuwige kind van de Vader,
Daaruit is voortgekomen.

Hij zag Maria’s maagdelijkheid,
Versierd met grote nederigheid,
Zij beviel Hem zeer.
Hij liet Gabriel, vol gratie,
Haar die boodschap overbrengen:
Dat zij Hem zou dragen.
Hij kwam bij haar en trof haar bescheiden aan.
Dat is ootmoedig en met passende zuiverheid,
Van oudsher zonder zonden.

Nu is deze edele zuivere maagd,
Die God dus wel zeer behaagt
Bij Hem in het eeuwige leven.
Daar is zij wonderlijk mooi
En de Koningin van de troon,
Dat is haar door God gegeven.
De mensen zijn haar onderdanen
Want zij is boven naar Hem toe gegaan,
Verheven op een Serafijn.

Maakt u klaar daarheen te worden geroepen
Wanneer men zegt ‘de Bruidegom komt,
Staat op en gaat Hem tegemoet’.
Dat u dan blij op mag staan
En Hem met een lichtje tegemoet moge gaan,
Gevuld met verzamelde oliën.
De vlam daarvan brandt prachtig
En mag helder schijnen bij de troon,
Waar u vervuld zult zijn van vreugde.

Het lichtje staat voor reinheid,
De olie staat voor ootmoedigheid,
De vlam mag je liefde noemen:
Dit zijn drie zeer schone deugden
Die zeer helder stralen bij de troon
Als zij tezamen komen.
Deze bezat die edele Koningin
In nog groter mate dan ik bezing:
Maria, Bloem der bloemen.

Links:

Het Ensemble Grand Désir heeft eveneens een lied uit dit manuscript op het programma (zie hun ‘samples‘): Verbiit uw lieve susterkyn.